Wintersterfte onder bijenvolken hoger dan voorgaande jaren

17-05-2021 Wintersterfte onder bijenvolken hoger dan voorgaande jaren

84% van de bijenvolken in Nederland heeft de afgelopen winterperiode overleefd. De landelijke wintersterfte (15.8%) zit daarmee op een hoger niveau dan de twee voorgaande jaren. Dat is de belangrijkste conclusie van de jaarlijkse enquête naar de wintersterfte van bijenvolken gehouden onder Nederlandse bijenhouders. Het onderzoek wordt ieder jaar uitgevoerd door onderzoekers van Wageningen Universiteit & Research in opdracht van het ministerie van LNV en in samenwerking met de Nederlandse Bijenhoudersvereniging (NBV), Imkers Nederland en de Biologisch-dynamisch werkende imkers (BD-imkers).

In totaal deden 2221 Nederlandse bijenhouders mee aan de jaarlijkse COLOSS-enquête (COLony LOSSes), die in meer dan 35 landen wordt uitgevoerd. In Nederland zijn ongeveer 10.000 bijenhouders actief. Dit zijn bijna allemaal hobbyisten. Iets meer dan de helft van de bijenhouders (52% van de respondenten) meldde geen wintersterfte van bijenvolken te hebben. Dit percentage is lager dan in de winter van 2019-2020 toen 61% van de bijenhouders meldde geen sterfte te hebben van één of meer bijenvolken.

 
Overzicht wintersterfte 2005-2021
Overzicht van de gemeten jaarlijkse wintersterfte (percentage) van bijenvolken in Nederland in de periode 2005 – 2021. De gegevens zijn verkregen op basis van enquêtes gehouden onder Nederlandse bijenhouders. De blauwe lijn geeft het 5 jaarlijkse gemiddelde weer.

 

Wintersterfte van minder dan 15% is acceptabel

Gemiddeld genomen was de sterfte het hoogst in de provincie Groningen waar 29.3% van de bijenvolken de winter niet overleefde. In Zeeland was de wintersterfte het laagst met een sterftepercentage van 8.2%. Wat deze verschillen verklaart, is op dit moment nog niet bekend. De grootste gemeten landelijke wintersterfte sinds het begin van de monitor, werd vastgesteld in de winter van 2009-2010 toen 29.1% van de bijenvolken de winter niet overleefde. Bijenhouders geven zelf aan dat een wintersterfte van minder dan 15% acceptabel is. De oorzaken van wintersterfte zijn divers en kunnen te maken hebben met ziekten, waarvan de Varroamijt en daarmee geassocieerde bijenvirussen de belangrijkste zijn. Daarnaast dragen de beschikbaarheid van voldoende voedsel en andere omgevingsfactoren bij aan de overleving van bijenvolken in de winter.

Naast wintersterfte zijn de bijenhouders gevraagd naar onder andere informatie zoals ziektebestrijding, bedrijfsvoering en voedselaanbod. De resultaten hiervan worden later in het jaar bekend gemaakt wanneer de gegevens geanalyseerd zijn. Daarnaast worden de resultaten uit Nederland met de resultaten van andere landen die deelnemen aan de COLOSS-enquête. Nederland heeft de grootste respons van alle deelnemende landen, ongeveer 20% van de Nederlandse bijenhouders deed dit jaar mee.

« terug naar het overzicht